Zoektocht naar schilder Sikkens
HINDELOOPEN – Een zoektocht kun je het niet noemen want dan weet je waar je naar zoekt. Noem het liever een ontdekkingstocht waarbij lange tijd tasten in het duister de boventoon voert. De charme van zo’n tocht is toeval en onverwachte ontdekkingen en die elementen bezorgden beide ‘ontdekkingsreizigers’ Carolien Hack en Marijke van der Winden een tocht langs het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. En geleidelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar.
Beide dames doen al jaren onderzoek naar Hindelooper schilderwerk, een gedeelde passie. ,,Noem het een ‘bevlogenheid’ maar wij maken elkaar niet gek”, zo zegt Marijke van der Winden. Voor haar is het liefhebberij terwijl Carolien Hack de ‘professionele tak’ vertegenwoordigt. Een scheidslijn die overigens geregeld vervaagt of in elkaar overloopt. De kracht van Marijke van der Winden is dat zij een ‘fotografisch’ geheugen heeft voor Hindelooper schilderwerk. Als zij iets waar dan ook heeft gezien wordt dat opgeslagen en nooit weer vergeten. Carolien haar kracht is alles in een historisch verband te plaatsen, het liefst ondersteund door jaartallen.
Vlucht schildersambacht
Het Hindelooper schilderwerk vindt haar oorsprong in de achttiende eeuw. Carolien Hack: ,,Op het eerste gezicht lijkt het allemaal op elkaar, maar als je er beter naar kijkt zie je dat de schilder is te herkennen aan de hand van zijn manier van werken.” Jaartallen of het werk signeren is er niet bij want het schilderen had een uiterst praktisch doel: het diende ter verfraaiing van het interieur. Toen begin achttiende eeuw de met de hand gesneden verfraaiingen te duur werden, maakte het Hindelooper schildersambacht een vlucht. Het gebruik van kleuren raakte in de mode en na verloop van tijd verschafte het de bezitters status. Voeg daarbij dat de welvaart in Hindeloopen door de ‘houtvaart’ naar het Oostzeegebied toenam en dat gaf de aanschaf van schilderwerk een stevige impuls.
Het idee van taferelen en kleuren werd vermoedelijk opgedaan in Amsterdam waarheen de echtgenoten, op reis naar hun opdrachtgevers, vergezeld werden van hun vrouwen. Ondanks de toenemende vraag naar Hindelooper schilderwerk bleef het een bijverdienste van mensen die van beroep ‘gewoon’ schilder waren.
De ontwikkeling van de schilderkunst maakt pas op de plaats in de negentiende eeuw. Vermoedelijk door grote armoede in Hindeloopen waardoor er geen vraag meer naar was. Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw komt er een Hindelooper ‘revival’. De bekendste schilder is tijdens de eeuwwisseling Arend Roosje, een meubelmaker en schilder die vanaf 1894 het oude handwerk weer oppakt. Daar bleef het niet bij, hij gaf ook schilderles en leidde zo zijn eigen concurrentie op.
Jubileumtentoonstelling
Van beslissende invloed op deze opleving was de jubileumtentoonstelling van het Friesch Genootschap in 1877. Er was een Hindelooper kamer ingericht en dat was een succes met in korte tijd 38.000 bezoekers. De kamer werd zelfs ‘ingepakt’ en verrees opnieuw op de Wereldtentoonstelling in Parijs.
Arend Roosje stierf in 1914 en zijn bedrijf werd voortgezet door de personeelsleden Bertus Stallmann en Jacob Ypma. Voor Carolien Hack en Marijke van der Winden was het meeste Hindelooper schilderwerk van die eerste decennia van de twintigste eeuw wel te herleiden naar een schilder. Alleen de schilder van een aantal voorwerpen bleef een raadsel. Carolien Hack: ,,Het was wel professioneel werk maar over de herkomst wisten wij niks. Tot Gauke Bootsma een beschilderd blaasbalgje liet zien. Toen zeiden wij ‘Hé dat lijkt qua stijl op het schilderwerk wat wij hebben’. Het bleek van een zekere Sikkens te zijn. Wij hadden nog nooit van hem gehoord.” Het bleek om Lodewijk Sikkens (1862-1923) te gaan die samen met zijn vier zonen Laurentius Johannes, Sikko Petrus, Jan en Christiaan Gerardus van 1901-1928 in Hindeloopen woonde en werkte.
Na deze ontdekking begon de zoektocht naar meer werk. Tijdens het Nationaal Museumweekend in 2008 werden drie priksleeën ontdekt van de ‘hand’ van Lodewijk Sikkens. Twee ervan zijn besneden door zoon Jan. Want het is niet alleen Lodewijk die de penseel hanteert, ook zijn zoon Laurentius heeft werk nagelaten. Een mooie ontdekking was de butte (houten reiskoffertje) uit 1761 in het Zuiderzeemuseum, geschonken door L. J. Sikkens. Deze butte heeft als model gediend voor de butte van Sikkens uit 1912.
Bijzonder aan die reiskoffertjes was dat beide zijn gesigneerd, en dat maakt deze butte tot het enige werk dat Sikkens van initialen heeft voorzien. Vaak werden bestaande afbeeldingen nageschilderd en op de tentoonstelling is te zien welke afbeeldingen als voorbeeld hebben gefungeerd.
Het wel en wee van de familie is vastgelegd in een boekje, samengesteld door Carolien Hack, Marijke van der Winden en Henk van der Winden. De foto’s zijn van Freark Bokma. Burgemeester Hayo Apotheker zal in aanwezigheid van een zestigtal familieleden van Sikkens de eerste exemplaren van ‘Sikkens een ‘vergeten’ schildersfamilie 1901-1928′ op zaterdag 2 juni in Museum Hindeloopen uitreiken.
Rynk Bosma

Reacties